• Arjan

Schone energie net zo destructief als fossiele

Schone energie is net zo destructief als fossiele. De discussie over klimaatverandering is in volle gang en een aantal regeringen hebben al de noodtoestand voor het klimaat uitgeroepen. Maar de plannen voor een (snelle) overgang naar schone energie introduceren nu al nieuwe problemen. Voorstanders van de Green New Deal geloven dat de weg nu vrij is voor een geweldige ‘groene groei’. Want als we de fossiele brandstoffen inruilen voor schone energie, is er geen reden meer om de economische groei te stoppen, toch? Een redelijk verhaal, tot we beter kijken naar die ‘schone’ energie zelf.


Door: Jason Hickel, Foreignpolicy.com, 6 September 2019


De enige schone energie is minder energie

De term ‘schone energie’ roept in eerste instantie onschuldige beelden op van zon en wind. Maar hoewel zon en wind schoon zijn, is de infrastructuur die we nodig hebben om de energie vast te leggen dat niet. Verre van dat. De overgang naar duurzame energie heeft een dramatisch gevolg voor de benodigde winning van metalen en zeldzame mineralen, met reële ecologische en maatschappelijke kosten als gevolg. Een snelle overgang naar duurzame energie is nodig. Maar dan nog kan het energieverbruik niet in het huidige tempo blijven groeien. De enige echte schone energie is minder energie.

In 2017 publiceerde de Wereldbank hierover het eerste onderzoek. Het geeft de toename in materiaalontginning weer, die nodig zou zijn om voldoende zonne- en windenergie te bouwen om in 2050 jaarlijks ongeveer 7 terawatt elektriciteit te produceren. Dat is genoeg om 50% van de wereldeconomie van stroom te voorzien. Als we deze cijfers verdubbelen, weten we wat er nodig is om de uitstoot uiteindelijk tot nul te reduceren.


Enorme toename winning delfstoffen

De resultaten zijn schokkend: het vergt 34 miljoen ton koper, 40 miljoen ton lood, 50 miljoen ton zink, 162 miljoen ton aluminium en maar liefst 4,8 miljard ton ijzer om volledig over te gaan op duurzame energie. De overgang naar duurzame energie vergt, kortom, een enorme toename van de bestaande winningsniveaus. Voor neodymium - een essentieel element in windturbines - zal dit met 35-50% moeten stijgen ten opzichte van de huidige niveaus. En hetzelfde geldt voor zilver, dat essentieel is voor zonnepanelen. De zilverwinning zal met 38% stijgen en mogelijk zelf met 105 procent. De vraag naar indium, ook essentieel voor de zonnetechnologie, zal meer dan verdriedubbelen en kan zelfs met 920% stijgen. En dan zijn er nog alle batterijen die we nodig hebben voor energieopslag. Om energie te leveren als de zon niet schijnt en de wind niet waait, zijn enorme accu’s nodig op netniveau. Dit betekent 40 miljoen ton lithium, ofwel 2700% meer dan het winningsniveau.

Daarnaast kost de vervanging van het verwachte wagenpark van 2 miljard voertuigen in de wereld een explosieve toename in de wereldwijde jaarlijkse winning van neodymium en dysprosium met nog eens 70%, de jaarlijkse winning van koper zal meer dan verdubbelen en die van kobalt zal tussen nu en 2050 met een factor vier toenemen.


Lithium crisis

Het probleem is niet dat de belangrijkste mineralen opraken. Het echte probleem is dat dit de al bestaande crisis door uitputting zal verergeren. Mijnbouw is inmiddels één van de grootste oorzaken van ontbossing, vernietiging van ecosystemen en het verlies aan biodiversiteit in de wereld. Er wordt geschat dat het materiaalgebruik nu al 82% hoger is dan wat duurzame verantwoord zou zijn. Nog los van de ombouw naar elektrisch rijden.

Lithium is nu al een ecologische ramp. Er is 500.000 liter water nodig om een ton lithium te produceren. Zelfs bij het huidige niveau van winning zorgt dit voor problemen. In de Andes, waar het grootste deel van het lithium in de wereld ligt, verbruiken de mijnbouwbedrijven al het water en is er voor de boeren niets over om hun gewassen te irrigeren. Velen hebben geen andere keuze gehad dan hun land volledig te verlaten. Ondertussen hebben chemische lekken uit de lithiummijnen de rivieren van Chili tot Argentinië, en van Nevada tot Tibet vergiftigd, waardoor zoetwaterecosystemen volledig om zeep zijn geholpen. De lithium ‘explosie’ is nog maar net begonnen, en het is al een crisis.


Neo-kolonialisme

Dit alles is alleen al om de bestaande wereldeconomie te laten draaien. De zaken worden nog extremer als we de groei meenemen. Naarmate de vraag naar energie blijft stijgen, zal de winning van materiaal voor duurzame energie steeds agressiever worden. Het is belangrijk om te bedenken dat de meeste belangrijke materialen voor de energietransitie zich wereldwijd in het zuiden bevinden. Delen van Latijns-Amerika, Afrika en Azië zullen waarschijnlijk het doelwit worden van een nieuwe strijd om grondstoffen, en sommige landen kunnen het slachtoffer worden van nieuwe vormen van kolonisatie. Dat gebeurde in de 17e en 18e eeuw met de jacht op goud en zilver. In de 19e eeuw ging het om land voor katoen- en suikerplantages in het Caribisch gebied. In de 20e eeuw waren het diamanten uit Zuid-Afrika, kobalt uit Congo en olie uit het Midden-Oosten.

Het is niet moeilijk in te denken dat het gevecht om mineralen voor duurzame energie even gewelddadig zou kunnen worden. Als we geen maatregelen nemen, kunnen schone energiebedrijven net zo destructief worden als bedrijven die fossiele brandstoffen gebruiken - ze kopen politici af, vernielen ecosystemen, lobbyen tegen milieuregelgeving en vermoorden zelfs leiders van de gemeenschap die hen in de weg staan.


Kernenergie geen oplossing

Sommigen hopen dat kernenergie ons zal helpen om deze problemen te omzeilen - en het kan zeker deel uitmaken van de mix. Maar kernenergie heeft zijn eigen beperkingen. Ten eerste duurt het zo lang om nieuwe centrales in werking te stellen dat ze slechts een kleine rol kunnen spelen om de transitie rond het midden van deze eeuw te realiseren. En zelfs op de langere termijn kan kernenergie niet verder worden opgeschaald dan ongeveer één Terrawatt. Zonder een wonderbaarlijke technologische doorbraak zal het overgrote deel van onze energie uit zon en wind moeten komen.


Rem op de groei

Dit alles wil niet zeggen dat we niet moeten streven naar een snelle overgang naar duurzame energie. Het is absoluut dringend. Maar als we op zoek zijn naar een groenere, duurzamere economie, moeten we af van de mythe dat we de groeiende vraag naar energie onbekommerd kunnen voortzetten. We weten dat de armere landen hun energieverbruik nog zullen verhogen om in hun basisbehoeften te voorzien. De rijkere landen hoeven dat gelukkig niet. Daarom moet in landen met een hoog inkomen de overgang naar groene energie gepaard gaan met de vermindering van het energieverbruik.


Terugdringen van de vraag

Hoe komen we tot die beperking van de groei? Het grootste deel van onze energie wordt gebruikt voor de productie van materiële goederen. Daarom stelt het Intergouvernementeel Panel inzake klimaatverandering voor dat landen met een hoog nationaal inkomen hun materiële doorlooptijd vergroten. Door via wetgeving langere levensduur van producten en recht op reparatie af te dwingen, door een verbod op ingebouwde veroudering van producten, door een verschuiving naar openbaar vervoer, en door sociaal overbodige industrieën als wapenhandel en verkwistende luxe consumptie als SUV’s af te bouwen.

Het terugdringen van de vraag naar energie maakt niet alleen een snellere overgang naar duurzame energie mogelijk, maar zorgt er ook voor dat de overgang geen nieuwe golf van destructie teweegbrengt. Een Green New Deal die sociaal rechtvaardig en ecologisch in balans wil te zijn, moet uitgaan van die principes.


Bron: https://foreignpolicy.com/2019/09/06/the-path-to-clean-energy-will-be-very-dirty-climate-change-renewables/

83 keer bekeken

Reizen, kijken, filosoferen. Schrijven. Want culturen zijn inspirerend, natuur intrigerend en de kosmos oneindig creatief. Bronnen - voor prachtige verhalen.

Lees meer over mij

© 2020 by Arjan Mulder created at Wix.com

Arjan Mulder